Retoriek, provocaties en patronen
Het was een geladen confrontatie afgelopen week tussen bisschop Mariann Edgar Budde en president Donald Trump in de National Cathedral in Washington. De vraag of je, in naam van God, een president moet inzegenen met terechtwijzingen en oproepen om genade te tonen, vind ik lastig te beantwoorden. De meningen zijn verdeeld. Maar Budde deed het en verdedigde haar keuze met het argument dat, als niemand publiekelijk de moed had om iets te zeggen, zij het dan maar moest doen.

De reactie van Trump was exemplarisch voor de eerste dagen van zijn presidentschap. Afgelopen week zagen we een hang naar vergelding, naar persoonlijke vetes, naar ad-hominemargumenten, naar polarisatie, naar eenzijdige beslissingen, naar het aanvallen en uitsluiten van kwetsbare groepen.
In het progressieve The New Yorker waarschuwt Susan B. Glasser ons met het artikel ‘Trump Is Already Drowning Us in Outrages’. Zijn aanpak is strategisch. Door het constante bombardement van controverses raken mensen afgestompt, uitgeput of afgeleid. Hij kan zijn agenda doorvoeren, zijn politieke opponenten en de journalisten liggen uitgeput op de grond.
Wat staat ons dan te doen? Roxanne van Ieperen benadrukte deze week het belang van het doorgronden van retorica. Ze stelt op LinkeIn dat retoriek een krachtig middel is dat appelleert aan logica en emoties die al aanwezig zijn bij mensen, bijvoorbeeld aan angst en het verlangen naar een gemeenschappelijk verhaal (of een gemeenschappelijke vijand). Het begrijpen van deze dynamiek is cruciaal om te begrijpen hoe leiders massale steun kunnen mobiliseren schrijft ze. En er is meer denk ik.
De preek: een pleidooi voor eenheid
Eerst nog even terug naar bisschop Budde. Haar preek was doorspekt met woorden als eenheid, samenzijn en respect. Woorden gericht aan een president die liever minacht, spot en splijt dan liefdevol verenigt. Het moment suprême in de kathedraal is het terugkijken waard. In het zachte licht dat door de glas-in-loodramen naar binnen viel, oogde Budde opvallend kalm. De stenen kansel waarin ze stond, was omringd door witte rozen, dahlia’s en rode anjers. Budde had de dag ervoor besloten woorden toe te voegen aan haar toespraak. ‘Laat me nog een laatste pleidooi houden,’ begon ze. Haar stem galmde door de kathedraal terwijl ze sprak over het vertrouwen dat miljoenen Amerikanen in Trump hebben gesteld en het gevoel dat hij de voorzienige hand van een liefhebbende God heeft gevoeld. Ze riep hem op om genade te tonen aan hen die bang zijn, zoals LGBTQ+-personen en migranten.
Haar woorden waren geladen, maar subtiel. Ze sprak ‘in de naam van onze God’, het weinig dat ze deelde met Trump en als geestelijk leider zou het haar, in de ogen van sommigen, autoriteit kunnen geven. Budde koppelde haar boodschap aan christelijke waarden zoals mededogen en rechtvaardigheid en haar pleidooi was een uitnodiging tot empathie en begrip. Het contrast met de reactie van Trump kon niet groter zijn.
De reactie van Trump: aanval en polarisatie
President Trump bleef Budde tijdens haar preek stoïcijns aankijken, maar zijn latere reactie was verre van ingetogen. Op zijn eigen netwerk haalde hij ongenadig hard uit naar haar, waarbij hij zoals vaker de persoonlijke aanval niet schuwde. Hij noemde haar een ‘Radicaal Linkse Trump hater’ en bestempelde haar preek als ‘gemeen’ en ‘saai’. Hiermee probeerde hij haar geloofwaardigheid als bisschop te ondermijnen en haar politiek en moreel te delegitimeren.
Daarnaast gebruikte hij angstretoriek door opnieuw een ‘grote misdaadgolf’ te koppelen aan illegale migranten, zonder concrete feiten te presenteren. Trump bouwt consistent aan het beeld van een gemeenschappelijke vijand, een beproefde methode om politieke steun te mobiliseren. Waar Budde de deur van haar kerk voor iedereen wil openhouden, is Trump van het buitensluiten. Zijn ideale samenleving is een monocultuur van mensen die op elkaar lijken. Het is een poging om het wij/zij-denken te vergroten. En in zijn redenering horen bepaalde groepen niet in de Amerikaanse samenleving thuis: trans personen, mensen die ‘woke’ zijn, migranten zonder verblijfsvergunning. In Nederland zien we eenzelfde denkwijze en tactiek bij sommige partijen. Het effect van al deze haat? Budde kreeg een golf van haat over zich heen, mensen wensten haar dood en een Republikeinse afgevaardigde uit Georgia schreef dat ze gedeporteerd moest worden. Ook in Nederland worden dit soort verwensingen achteloos gedeeld, soms zelfs door politici.
Wat te doen?
De manier waarop Trump de bisschop heeft aangevallen legt zijn stijl en doelen bloot en is het analyseren waard. Ook omdat het gevolgen heeft voor de democratie. Democratie floreert door een open publieke ruimte waarin uiteenlopende meningen vrijelijk worden gedeeld en besproken. Het verschuiven van het debat naar een strijdtoneel vol persoonlijke aanvallen waar winnen belangrijker is dan begrijpen, ondermijnt dit fundament. Ook in Nederland. We moeten ons niet laten afleiden of verstrikt raken in de verleidingen van polariserende retoriek. Media gaan vaak juist achter de ophef aan, geconditioneerd als ze zijn op conflict en wrijving, op de vraag waar het schuurt?
Mogelijke conclusies:
1) Als we als journalisten nou eens niet meegaan in de chaos die Trump creëert en niet op elke kleine provocatie reageren, houden we tijd en ruimte over om ons te richten op wat structureel belangrijk is, in plaats van meegesleept te worden in de agenda van een president die controverse strategisch gebruikt.
2) Iedereen zou retoriek moeten leren herkennen en media zouden redeneringen moeten ontleden zodat de feiten niet verloren gaan. En we moeten ons allemaal realiseren dat retoriek vaak aansluit bij een gevoel dat al aanwezig is om het vervolgens uit te vergroten. Bovendien kan retoriek de manier waarop mensen beleid en ideeën ervaren beïnvloeden.
3) En we moeten extreme gebeurtenissen niet normaal gaan vinden, gewenning loert. Media zouden moeten blijven benadrukken wanneer gedrag of beleid afwijkt van democratische en ethische normen. Iedere keer weer.
Hebben jullie nog toevoegingen? En wat kan het publiek? Hoe kunnen we als nieuwsconsumenten weerbaarder worden voor manipulatieve retoriek?